HomeNieuwe havens voor Amsterdam, uit zee toegankelijk, vrij van spoorwegbruggen en vrij van sluizenPagina 10

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 9.48 MB

PDF (Volledig document), 48.48 MB

Vrü van Spoorwegbruggen.
Wanneer men de geschiedenis van het Amsterdamsche Zee-
havengebied nagaat, dan blijkt dat uitbreiding daarvan steeds
heeft plaats gehad in de open ruimte van het IJ onmiddellijk
‘ voor Amsterdam en wel op zoodanige wijze, dat het nieuwe
gebied zoo dicht mogelijk aansloot bij het bestaande. 1)
Zoo is reeds gehandeld bij de eerste uitbreiding van Am-
jigg sterdam als handelsplaats omstreeks het midden der 149* eeuw,
toen aan het gebied werd toegevoegd het terrein tusschen de ,
oostzijde der Geldersche kade, de Bantammerstraat en de Kromme
Waal, bekend als Lastage; d. w. z. los- en laadplaats.
Zoo ook bij de uitbreiding van de Lastage in de l5"° eeuw
tot de Oude Schans en in het einde der l6d° eeuw 1net de
eilanden Rapenburg, Uilenburg en Marken, alsmede in de
l7"° eeuw met de eilanden Kattenburg, Wittenburg en Oosten-
burg. En veel later in de eerste helft der 19"° eeuw werd- ·
na opening van het Noord­Hollandsch Kanaal door aanleg van
de Ooster- en Westerdokken op gelijke wijze gehandeld.
, En tegen het einde der vorige en in het begin dezer eeuw
werd wederom op gelijke wijze gehandeld door geleidelijke ‘
l j uitvoering van de plannen der 'I‘ransito­eommissie tot het
maken van havens in het Oostelijk IJ. _ A
A; Deze wijze van uitbreiding, waarbij op den voorgrond stond,
aansluiting bij het bestaande en geleidelijke uitvoering naarmate
de behoefte zich daaraan voordeed, heeft ontegenzeggelijk groote
voordeelen en het laat zich dan ook gereedelijk verklaren, dat _
j zij steeds is gevolgd zoolang daartoe gelegenheid bestond.
En tot dusver bood de ruimte in het IJ voor Amsterdam V
daartoe als vanzelf de gelegenheid aan.
Thans is dit echter niet meer het geval, immers de ruimte
in het IJ onmiddellijk voor Amsterdam is geleidelijk zoo- ‘
danig ingenomen, dat bij eenigszins belangrijke verdere uit-
breiding noodzakelijk elders naar havenruimte moet worden °
j *1) De volgende mededeelingen zijn ontleend aan het rapport der IJ­commissie, aan
j wier werkzaamheden schrijver dezes als lid en voorzitter harer afdeelingen heeft Q
l· deelgenomen.
E
l