HomeNieuwe havens voor Amsterdam, uit zee toegankelijk, vrij van spoorwegbruggen en vrij van sluizenPagina 7

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 9.55 MB

PDF (Volledig document), 48.48 MB

7
l En dat ook daarmede zeer groote uitgaven gemoeid zijn,
t blijkt reeds duidelijk, indien men bedenkt, dat sedert dan
l aanleg van het Noordzeekanaal tot het einde van 1910 door
ä Amsterdam aan haveninriohtingen rond ongeveer 25 millioen
I gulden zijn besteed. _
, De bovengenoemde IJ-commissie heeft in haar verslag twee
I ontwerpen gegeven voor nieuwe havens, namelijk voor havens
l ten Oosten van Amsterdam in het Open IJ bij Sohellingwoude
I en voor havens ten Westen van Amsterdam in den Grooten
l Llpolder en de kosten dezer havens met een nuttige kadelengte
l van respectievelijk 7530 en 7 540 M. geraamd op 17 en 15
t millioen gulden.
Deze havens waren echter ontworpen voor schepen met een
j diepgang als waarmede het Noordzeekanaal thans kan bevaren
. worden, zoodat de kosten nog belangrijk hooger zullen worden,
t indien men die nieuwe havens geschikt wil maken voor de
grootere schepen, welke de Staatscommissie op het oog heeft.
De kosten van meer dan 60 a 70 millioen gulden voor een
, wijziging van het Noordzeekanaal ten behoeve van grootere schepen
l in de toekomst zullen dus stellig nog met enkele tientallen
Q millioenen gulden vermeerderd moeten worden, om die grootere
sehepen ook een behoorlijke gelegenheid tot lossen en laden te
geven. En hierbij is nog geen rekening gehouden met de
l belangrijke uitgaven die noodig zullen zijn, om die nieuwe
j havens in verbinding te brengen met het spoorwegnet.
a
j Wanneer men nu bedenkt, dat de kosten voor aanleg en
verbetering van het Noordzeekanaal tot einde 1907 hebben
l bedragen ruim 58 millioen gulden en de kosten der haven-
. inrichtingen te Amsterdam tot einde 1910 ongeveer 25 millioen
gulden, dan volgt uit het voorgaande duidelijk, dat de uit-
t gaven, welke vereischt worden, om grootere schepen in de toe-
; komst toegang te geven tot en te ontvangen in Amsterdam 1
j vermoedelijk alle uitgaven ten behoeve van- en in verband met
j het Noordzeekanaal door het Rijk en Amsterdam tot dusver t
f besteed, nog belangrijk zullen overtreffen.
l
t Deze conclusie, die naar het mij voorkomt moeielijk voor X
’ l